Maak je eigen vlindertuin

Tropische vlinders fladderen om je heen in de Botanische Tuinen, dat zag je in NOON 5. De hele zomer kun je ze zien. Zelf kun je ook een vlindertuin maken!

Stap 1. De tuin
Zorg dat je een stukje tuin hebt waar je planten mag neerzetten. Let op! Dit stukje moet wel in de zon zijn. Vlinders zijn namelijk koudbloedig, wat betekent dat ze pas actief kunnen worden als ze zelf 20 tot 30 graden warm zijn. De zon is heel belangrijk voor de vlinder, want zo warmen ze op.  Dat doen ze door hun vleugels wijd uit te spreiden.

De vlinder spreidt zijn vleugels uit om zoveel mogelijk warmte op te vangen.

De vlinder spreidt zijn vleugels uit om zoveel mogelijk warmte op te vangen.

Stap 2. Brandnetels
Rupsen zijn de larven van vlinders. Eerst is een vlinder een rups, dan wordt het een pop en dan wordt het een vlinder. Rupsen zijn gek op brandnetels. Helaas prikken die ook! Zet de brandnetels daarom in een hoekje van de tuin, waar de zon wel komt. Brandnetels groeien heel snel, zet ze dus in een pot om te voorkomen dat ze de plek van andere planten overnemen.

Rupsen houden veel van brandnetels.

Rupsen houden veel van brandnetels.

Stap 3. Bloemen
Rupsen eten zich helemaal vol. Zo hoeven ze als vlinder niets meer te eten, en kunnen ze alleen nog maar drinken. Vlinders drinken nectar. Dit is een stroperige vloeistof die in bloemen zit. Niet alle nectar is hetzelfde. Vlinders gaan het liefst naar gele en blauwe bloemen. Ook de nectar van de buddleja, lavendel, hemelsleutel, herfstaster, koninginnekruid en afrikaantjes vinden vlinders lekker. Je kan ze hieronder zien. In het tuincentrum kun je de meeste planten vinden.

Stap 4. Rottend fruit
Sommige vlinders eten geen nectar, maar rottend fruit. Leg wat oude appels of pruimen op een bordje in de tuin en laat ze daar wegrotten. Niet vergeten waar het bordje staat, anders sta je er misschien een keer in!

He bah! Smaken verschillen...

He bah! Smaken verschillen…

Stap 5. Vlinderhotel
In de winter zoeken vlinders een beschut plekje op waar ze kunnen rusten. Ze kruipen onder oude bladeren of verschuilen zich op zolders en in schuurtjes. Je kunt ze een handje helpen door een vlinderhotel te maken. Dit is een soort vogelhuisje, maar dan voor vlinders. Je maakt een vlinderhotel zo:

  • Regel een houten kistje, bijvoorbeeld een wijnkistje
  • Zoek in het bos of in het park naar:
    –  oude stukken hout, het liefst met veel gaatjes en in allerlei vormen.
    –  holle stengels, zoals riet of bamboe.
    –  boomschors
  • Stapel al het hout, schors en stengels op elkaar in het kistje. Zorg dat het hartstikke vast zit en je er niks meer uit kan halen.
  • Plaats je vlinderhotel op een zonnige plek in de tuin. Ook andere insecten zullen het hotel interessant vinden, maar dat is niet erg.

 

Heb jij al een vlindertuin?

Dit insectenhotel is heel netjes, maar dat maakt de vlinders niet uit. In een wat rommeliger hotel  kunnen ze ook lekker overwinteren.

Dit insectenhotel is heel netjes, maar dat maakt de vlinders niet uit. In een wat rommeliger hotel kunnen ze ook lekker overwinteren.