Cynthia McLeod vertelt twee verhalen over het ontstaan van de Surinaamse namen

Suriname is vandaag de dag een zelfstandig land, maar was lange tijd een kolonie van Nederland. Dit hield in dat Nederland de rechten had over Suriname. Tegenwoordig zijn er nog steeds Surinaamse achternamen die veel lijken op Nederlandse achternamen. 

Ruim vierhonderd jaar geleden heette Nederland nog de Republiek der Nederlanden. En in deze tijd begon ook de Gouden Eeuw, een belangrijke periode voor ons land. De grote steden werden rijker en groeiden hard, want Nederland was heel goed in handelen.

Je zou het nu bijna niet geloven maar waar Nederland in handelde, waren slaven. Ze werden ingekocht op slavenmarkten van Afrika en werden verscheept naar Suriname. Op de plantages moesten de slaven lang en hard werken, soms werden ze zelfs mishandeld.

In 1820 is de slavenhandel afgeschaft. Toch ging de handel in mensen stiekem door. Veel van die gesmokkelde slaven kwamen terecht in Suriname. De Engelsen waren hier op tegen en controleerden de schepen. Als ze toch slavenhandel tegenkwamen, zorgden ze ervoor dat ze als vrije werker aan de slag mochten.

In 1833 kwam een schip met ongeveer 150 Afrikaanse slaven aan boord in Suriname. Deze slaven werden niet verkocht maar gingen werken voor het bestuur van Suriname. Ze hadden alleen geen naam. Daarom kregen ze allemaal een nummer.

Dit kon natuurlijk niet. Daarom werd er voor iedereen een naam bedacht. In de meeste gevallen werden mensen vernoemd naar Nederlandse plaatsen zoals Amstelveen, Lochem en Leerdam.

Cynthia McLeod heeft nog een ander mooi verhaal voor jullie.